Algemeen

ECOLOGISCHE LELIETEELT NAAR DE PRAKTIJK

Het telen van leliebollen is te vergelijken met topsport. Enerzijds zijn er de eisen van afnemers die geen zieke bollen accepteren, anderzijds is er de maatschappelijke wens om milieuvriendelijk te telen.  In de praktijk betekent dat een uitdaging. Op het proefveld van ROL in Vledder wordt in onderzoek aangetoond dat ook met minder chemie toch goede bollen kunnen worden geteeld.

Teeltbedrijven kunnen zich financieel geen misstappen veroorloven. Het proefveld van stichting ROL leent zich beter voor onderzoek waarin we de grenzen opzoeken. De donateurs van ROL profiteren van die kennis doordat ze worden uitgenodigd voor bijeenkomsten en na afloop de uitslagen toegestuurd krijgen. Andere partijen worden uitgenodigd voor een bezoek aan het proefveld. Het doel is natuurlijk dat de praktijk de resultaten gaat toepassen.

Het aantal beschikbare middelen zal de komende jaren alleen maar af nemen. In de proef Ecologische lelieteelt naar de praktijkwordt gekeken of het mogelijk is om met een forse reductie van gewasbeschermingsmiddelen kwalitatief goede lelies te telen. Het aantal Milieubelastingspunten wordt daarbij gebruikt voor de vergelijking. Het voornaamste doel van de proef is om Botrytis elliptica(‘vuur’) beheersbaar te houden. Verder wordt ook gekeken naar het effect op de bolkwaliteit en virusuitbreiding. De proef wordt uitgevoerd met een type LA en een oriëntal lelie.

Voor de proef worden twee typen lelies gebruikt. De cultivars ‘Serrada’ (LA-Hybride) en ‘Sorbonne’ (Oriëntal). LA-hybriden zijn vatbaarder voor Botrytis ellipticadan oriëntal lelies. In deze proef zijn gangbare cultivars gebruikt die niet het meest vatbaar zijn voor ziekten en plagen.

In het onderzoek wordt gebruik gemaakt van plant- en bodemversterkers van natuurlijke oorsprong.  Door een gezonde grond en sterkere, meer weerbare, planten moet een forse reductie mogelijk zijn.

Bij de virusbeperking heeft het systeem Vossen een alternatieve behandeling gehad.  Minerale olie die normaal wordt gebruikt is vervangen door wekelijks 2 l/ha Plant Care.

De grond is niet tegen de bodemschimmel Rhizoctonia behandeld.

In het grondmonster was het aantal Pratylenchus penetrans en Trichodorus aaltjes niet of nauwelijks aanwezig en er is daarom geen chemische behandeling tegen aaltjes uitgevoerd.

Bij de proef van 2019 zijn de volgende bedrijven betrokken: Crehumus, Vossen, Syngenta, Attero, Bactiva, Olmix groep en Westhoven Advies.

In de afgelopen jaren zijn o.a. ook de bedrijven Biosa, PHC, Elothis en Watter betrokken geweest.

Proeftuin Zwaagdijk en HLB uit Wijster zorgen voor de teeltverzorging en staan garant voor gevalideerd, onafhankelijk onderzoek.

Download hier het gehele onderzoek (PDF 470 Kb)

Download hier het gehele onderzoek (Word 112 Kb)




Email facebook twitter LinkedIn